Bij rechtspraak over bomen is soms de financiële waarde van een boom van belang. Bijvoorbeeld bij het vaststellen van de hoogte van een boete wegens illegale kap. Partijen die zich met de waardebepaling van bomen bezighouden zijn (op het moment van dit schrijven)

In Nederland: de Bomenstichting en de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.

Ondanks de inspanningen van deze verenigingen gaat de rechter niet altijd mee in de rekenmodellen die deze verenigingen aanbieden. Het is dus een indicatie maar geeft geen rechtszekerheid of rechtsgeldigheid.

In België: De vereniging voor Openbaar Groen


Methode Raad

Een bekende methode voor de waardebepaling van een boom is de “Methode Raad”, in 1972 gepubliceerd door ir. A. Raad. De methode Raad gaat uit van de stamdiameter op 130cm hoogte en de eenheidsprijs per vierkante centimer stamoppervlak. De eenheidsprijs wordt steeds aangepast aan de actuele plantkosten per cm2 stamoppervlak. Dit levert de basisprijs op. Van deze basisprijs worden de zogenaamde “reductiefactoren” afgetrokken.

De reductiefactoren zijn:

Standplaatswaarde

  • Stadscentrum: reductiefactor = 1,0
  • Stedelijk gebied: reductiefactor = 0,9
  • Halfstedelijk gebied: reductiefactor = 0,8
  • Stadsrand: reductiefactor = 0,7
  • Landelijk gebied: reductiefactor =  0,6

Conditiewaarde

  • Gezonde, vitale boom: reductiefactor = 1,0
  • (traploos verloop)
  • dode boom: reductiefactor = 0

Plantwijze

  • Solitiar: reductiefactor = 1
  • Straatboom: reductiefactor = 0,8
  • Groep 2-5 stuks: reductiefactor = 0,6
  • Grotere groep dan 5 stuks: reductiefactor = 0,4
  • In bospark: reductiefactor = 0,2