Door de uitzonderlijk droge zomer van 2018 zijn veel fijnsparren verzwakt en vatbaar geworden voor schimmels en andere ziektes. De “Letterzetter” kever slaat nu zijn slag in de fijnspar. Het is een klein beestje van slechts 5mm. Een maatregel tegen de besmetting met deze kever is om de getroffen fijnsparren zo snel mogelijk te kappen voordat de keverlarven kunnen uitvliegen en andere bomen gaan aantasten. Deze ziekte kwam ook voor in de 17e, 18e, 19e en 20e eeuw. Tegenwoordig zullen dit soort ziektes ook vaker voor gaan komen door het gewijzigde bosbeheer waarbij dode bomen niet meer worden afgevoerd. Tijdens een strenge winter zal de kever sterk in aantal verminderen door de vorst. Bij zachte winters overleven er te veel kevers.

De kever boort zich van buitenaf door de schors tot in in levende hout (cambium). Daar vreten duizenden larven zich een weg door de transportbanen van de boom waardoor de boom uitdroogt met als gevolg dode boomtoppen en daarna het afsterven van de hele boom. De kever vermeerderd zich enorm snel.

Ook het fenomeen “monocultuur” heeft een negatieve invloed op de verspreiding van ziektes. Bij monocultuur in de bosbouw worden op hetzelfde stuk grond altijd dezelfde bomen aangeplant.

De letterzetter kever komt vooral voor op de fijnspar, maar kan ook de lariks, douglasspar, weymouthden en de gewone zilverspar aantasten.