De “Neonectria ditissima” schimmel (tot 2006 Nectria galligena genoemd) wordt verspreid door sporen in de wind over een langere afstand, en door wegspattende regendruppels in de boom zelf (korte afstand), maar ook door de appelbloedluis. Sommige appelrassen zijn veel gevoeliger dan andere. Dat is dus wel van belang bij de keuze voor een appelsoort. Vooral in de herfst is de kans op infectie groter. Deze schimmel is een “wondparasiet” en dringt niet door een gezonde bast van de appelboom. Als schimmel in (snoei)wonden van een appelboom komt wordt de appelboom van daaruit aangetast en begint de schors te splijten en los te laten. Ziet u dat verschijnsel en kleine rode bolletjes (de vruchtlichamen) op uw appelboom aan de uiteinden van takken of de stam? Dan is de boom te redden door al het aangetaste hout weg te snoeien. Als bij het terugsnoeien, de binnenkant van het hout geen bruine vlekken meer heeft, dan is het hout gezond en is de schimmel weggesnoeid.

Maatregelen tegen appelkanker

  • Zorg dat de grond niet te vochtig is
  • Bekalk de grond (maar niet te veel/vaak)
  • Bemest de grond (maar niet te veel/vaak)
  • Snoei in een droge periode
  • Snoei in het groeiseizoen
  • gebruik géén wondafdekmiddel met fungicide (vroeger gebruikelijk, maar nu achterhaald)
  • Oorwurmen, galmuggen en sluipwespen zijn de natuurlijke vijanden van de appelbloedluis die de ziekte (mede) verspreidt. Dood deze insecten dus niet.