Boomproblemen

Voorkom het vallen van uw boom of takken. Wacht niet met het inwinnen van vakkundig advies als u afwijkingen zoals zwammen, schimmels of verkleuringen van de bast of dode takken of bladeren ziet. 

U kunt ons altijd via WhatsApp of email een foto sturen van uw boomafwijking zodat wij u alvast een (gratis) voorlopig advies kunnen geven.

Verzwakte bomen en takken kunnen dodelijk zijn als ze vallen.
Als bijvoorbeeld de wortels of de onderkant van de stam verrot zijn kan uw boom spontaan of door windvang omvallen (windworp). Daarom is het zeer belangrijk om uw boom of bomen regelmatig te (laten) controleren op aantastingen die de stabiliteit van uw boom(en) in gevaar brengen.  Want vaak is de boom dan al langere tijd aan het verzwakken. Vaak is 95% van de infectie in de stam en het vruchtlichaam of de zwam die u aan de buitenkant ziet is slechts een klein stukje van de totale aantasting. Let wel dat er een grote variatie aan paddestoelen en vruchtlichamen bestaat. De eene soort is veel erger dan de andere soort voor de gezondheid van de boom.

Bomen aan de waterkant

Bomen die aan de waterkant opgroeien hebben per definitie een éénzijdig georiënteerd wortelgestel, omdat wortels niet onder water kunnen groeien. Volgroeide populieren aan de waterkant moeten vanwege het gevaar van windworp goed in de gaten worden gehouden.

Schimmels, bacteriën en insecten

boomziekte

Vrijwel elke boom kan aangetast worden door schimmels, bacteriën en insecten. Vaak krijgen insecten, schimmelsporen en bacterieën toegang tot bomen die al verzwakt of beschadigd zijn door bijvoorbeeld klimopgroei, voorwerpen die tegen de stam zijn geplaatst, beschadigingen ten gevolge van het aanleggen van bestrating, het gebruik van maaimachines of andere tuinmachines. Controleer uw boom(en) daarom regelmatig.

Klimop (hedera helix) in bomen

Er zijn verschillende, vaak tegengestelde, meningen over klimop in bomen. Sommigen juigen de klimop toe vanwege de verscheidenheid aan vogels en insecten die graag in de klimop huizen en de besjes eten, en zeggen dat klimop beslist niet “parasitair” is, en dat bij onzorgvuldig verwijderen van de klimop de boom wordt beschadigd. Anderen zien bomen met klimop begroeiing eerder verzwakken en sterven. Een misverstand is wel dat een klimop parasitair zou zijn door voedingstoffen of water aan de stam van de boom te onttrekken. Dat is niet zo. De klimop haalt zijn water en voedingsstoffen gewoon uit de grond, maar dáár ontrekt de klimop dus wél water aan de wortels van de boom en is daardoor dus wel in min of meerdere mate concurrerend en “parasitair”. De mate van concurrentie hangt dan af van de grootte van het wortelstelsel van de boom ten opzichte van die van de klimop. Zolang het een grote vitale boom betreft zal die daar minder last van ondervinden. Een klimop heeft ook een grote ecologische waarde voor vogels en insecten. Maar als we de gezondheid van de boom zelf beschouwen, zijn er alleen nadelen aan een klimop die op een boom groeit. Een klimop zorgt voor een ongezonder leefklimaat voor de boomstam door licht en lucht te ontnemen waardoor de bast te vochtig en zacht wordt en eerder kan worden geïnfecteerd door schimmels, insecten en bacteriën. Ook op de plek in de klimop waar een vogel zijn nest tégen de stam van de boom bouwt, kan de boombast door vogelpoep, langdurige vochtigheid en schimmelgroei verzwakt worden. Soms kan de klimop de stam en de takken van de boom “insnoeren” en “wurgen”. Dat gebeurt als een klimop óm een stam of tak groeit en de tak op die plaats belet om dikker te worden. Dit gebeurt niet vaak, maar het komt wel voor. Een weelderig groeiende klimop haalt ook licht weg uit het binnenste (de schaduwkroon) van de boomkroon en belet daardoor de groei van nieuwe takken in het binnenste van de kroon. Het resultaat daarvan is minder blad in de boomkroon en vaak alleen aan de uiteinden van de takken waardoor een boom topzwaar kan worden en uit balans kan raken. Immers, door de lichtconcurrentie met de klimop zal de boom té hoog willen groeien en de takken té lang. Omdat de klimop een groenblijvende plant is zullen met klimop begroeide takken zwaarder zijn dan normaal en door de bladeren van de klimop meer wind vangen. Omdat het hout in de winter brosser is, en dus breukgevoeliger, bestaat de kant dat takken eerder zullen afbreken. Tenslotte is wordt visuele boomcontrole vaak onmogelijk door aanwezigheid van klimop. Hierdoor kan een boom levensgevaarlijk worden verzwakt zonder dat dit zichtbaar is. Deze voor en nadelen afwegend, is ons advies daarom om géén klimop tegen bomen te laten groeien in situaties met een hoge gevaarzetting zoals in tuinen of met takken die over een stoep of weg hangen, géén klimop tegen jonge bomen te laten groeien, en altijd ervoor te zorgen dat de klimop alleen op de hoofdstam en niet in de kroon groeit. Wilt u minder boomzorgen, laat dan geen klimop tegen uw boom groeien.

Wilt u om ecologische of esthetische redenen een reeds bestaande klimop in uw boom toch graag behouden, dan is het advies om de klimop steeds in te korten voordat een groter gedeelte van de binnenkroon/schaduwkroon wordt bedekt en daardoor teveel licht wegneemt. Het streven is dan om de verhouding klimop/kroon in balans te houden, waardoor de boom toch zo vitaal mogelijk kan blijven. Een klimop tot 2/3 van de top van de boom kan veel minder kwaad dan een klimop die de kroon overwoekert en op de zijtakken/gesteltakken groeit.

Zwammen/schimmels

Schimmels en zwammen zijn micro-organismen die het houtweefsel afbreken.
Er bestaan 3 soorten boomschimmels:

  1. Saprofieten.  De meeste soorten behoren tot deze groep en verteren alleen dood hout.
  2. Parasieten. Tasten levend hout aan, vaak op verzwakte en oude bomen. Vaak leiden deze parasitaire aantastingen tot boomsterfte. Eenmaal je de zwam opmerkt is het meestal te laat voor de aangetaste boom. Het proces dat de zwam in gang zet is in de meeste gevallen onomkeerbaar.
  3. Symbioten of mycorrhiza. De meeste zijn wortelschimmels of ectomycorrhiza. Zij maken een netwerk van schimmeldraden tussen de wortels van bomen. Zo voorkomen ze uitdroging van de wortels en houden zware metalen en andere parasieten weg van de boom. Bovendien zorgt het sterk vertakte netwerk van schimmeldraden voor meer stabiliteit van de boom.

Vruchtlichamen op de stam of stamvoet, in combinatie met weinig blad in de zomer is een indicatie dat een schimmel de wortels ernstig heeft aangetast. 95% van het schimmel-organisme bevindt zich IN de boom. Het weghalen van de zwammen of paddestoelen heeft dus geen effect.
Een grote groep schadelijke zwammen vinden we vaak aan de voet van naald- of loofboomsoorten. Zij zorgen al dan niet in een snel tempo voor wortelrot of voor het rotten van de stamvoet waardoor de boom op korte of op lange termijn het onderspit delft.
De agressiviteit van de parasitaire schimmel hangt af van de vaardigheden van de schimmel om houtstoffen om te vormen, en van de weerstand van de boomsoort. Met een prikstok kan beoordeeld worden of de zwam alleen oppervlakkig groeit of diep in het hout is doorgedrongen.

De echte Tonderzwam

(Fomes fomentariussynoniemPolyporus fomentarius)

echte tonderzwam op oude beuk
De Echte Tonderzwam op een oude beuk.

Veroorzaakt witrot en tast zo het hout van loofbomen aan. De echte tonderzwam heeft een voorkeur voor berken en beuken, maar komt ook voor op lindes en populieren. Het is een zwakteparasiet, wat wil zeggen dat hij voornamelijk parasiteert op verzwakte bomen totdat ze afsterven, waarna hij als saprofyt verder leeft op het dode hout.

De Sombere Honingzwam

(Armillaria ostoyae)

De Honingzwam (Armillaria ostoyae)
De Honingzwam (Armillaria ostoyae)

De parasitaire honingzwam wordt vaak in bundels aan de basis van wortels en stronken van loof- en naaldbomen gevonden. De aantasting door de honingzwam is niet te bestrijden en onomkeerbaar en leidt tot afsterven van de aangetaste boom. De oorzaak is meestal beschadiging van de bast of de wortels van de boom.

De Echte Honingzwam

(Armillaria mellea)

De Echte Honingzwam (Armillaria Mellea)

Verwant aan de sombere honingzwam. Parasitair.  Voornamelijk op wortels en stronken van loofbomen op rijkere grond. Zelfde uitwerking en oorzaak als de Sombere Honingzwam (zie hierboven).

De Oesterzwam

(Pleurotus ostreatus)

Oesterzwam
Oesterzwam

Vaak te vinden in groepen op de beuk en andere loofbomen zoals kastanjes met de kastanje bloedingsziekte. Lijkt op de schelp van een oester. De oesterzwam kan veel verschillende kleuren hebben, van blauwgrijs tot grijsgeel. Oude oesterzwammen zijn vaak donkerbruin. Infecteerd bomen met wonden. Vaak in combinatie met andere parasitaire schimmels. Bestrijding is niet mogelijk. De oesterzwam veroorzaakt witrot door het afbreken van de houtcellen in het kernhout. Een boom overleeft deze aantasting niet.

De Paarse Korstzwam

(Chondrostereum purpureum)

De Paarse Korstzwam
De Paarse Korstzwam

De Paarse Korstzwam is een parasitaire schimmel en komt veel voor op stammen en stronken van loofbomen en naaldbomen. Veroorzaakt op vruchtbomen de loodglansziekte, zo genoemd omdat geïnfecteerde bomen loodkleurige bladeren krijgen. Is saprofyt op dood hout en parasiet op levende bomen. Veroorzaakt witrot. Wordt gebruikt als biologische bestrijding van ongewenste en invasieve boomsoorten zoals de Amerikaanse Vogelkers.

Bruinrot, Witrot en Bruin/Witrot

Bruinrot links. Witrot rechts.
Bruinrot links. Witrot rechts.

De bouwstenen van de boom zijn Cellulose en Lignine.
De afbraak van de cellulose veroorzaakt bruinrot. Voorbeelden van zwammen die bruinrot veroorzaken zijn berkenzwam, huiszwam en de roodgerande houtzwam.
De afbraak van lignine veroorzaakt witrot. Zwammen die witrot veroorzaken zijn bijvoorbeeld de honingzwam, elfenbankje en dennemoorder. Sommige soorten zwammen veroorzaken tegelijkertijd witrot en bruinrot, zoals de korsthoutskoolzwam.
Zowel witrot als bruinrot maken de boom op termijn breukgevoelig.

De Eikenprocessierups

De eiken-processie-rups
De eiken-processie-rups

De eikenprocessierups is de larve van een nachtvlinder. De eitjes worden bovenin de toppen van eiken gelegd. De nesten zijn te herkennen als een soort dichte spinnenwebben op de stam of dikke takken, maar dan van de huidjes van de rupsen. ‘s Nachts gaan de rupsen in groepen (in processie) naar de toppen van de boom op zoek naar eten. Veel eikenprocessierupsen samen kunnen een boom helemaal kaal vreten. De rupsen krijgen sterk irriterende brandharen die tussen half mei en eind juni tot in septemer klachten bij mensen kunnen geven. Elke rups heeft zo’n 700.000 haartjes. Niet alleen ontstaat er sterke irritatie door direct contact met de rups, maar de haartjes kunnen ook door de lucht in de huid, de ogen en in de luchtwegen terechtkomen. Het kan leiden tot ademnood, ontstoken ogen, jeukende bulten, koorts en zelfs longontsteking. De reactie verschilt per persoon, maar lijkt op een allergische reactie. Sommige mensen zijn sterk allergisch, andere bijna niet. Het advies is in ieder geval om uit de buurt van besmette bomen te blijven.
Natuurlijke vijanden van de rups zijn de sluipwesp en de sluipvlieg.

De Wilgenhoutrups

(Cossus Cossus)

De, voor bomen beruchte, wilgenhoutvlinder behoort tot de familie van Cossidae (houtboorders). De wilgenhoutvlinder geeft de voorkeur aan een vochtige omgeving met oude bomen zoals de wilg, populier of iep, maar kan ook in eik of zwarte-els (Alnus glutinosa) of in andere loofbomen voorkomen.

Door de Wilgenhoutrups aangetaste stamvoet.
Door de Wilgenhoutrups aangetaste stamvoet.

De rupsen kunnen 10cm lang en 1cm dik worden en kunnen de stamvoet van deze bomen aantasten waardoor de boom op die plek breukgevoelig wordt en geveld moet worden. Deze nachtvlinder en dus ook de rups komen in heel Nederland voor, maar meer in het westen dan in het oosten en dan vooral in het polderlandschap. De rups leeft 2 tot 4 jaar in de stam en boord dan grote gangen tot wel 2cm in diameter. Dus erg schadelijk. De gangen zijn ook niet oppervlakkig maar gaan tot diep in het hout. Als een boom eenmaal is aangetast is de wilgenhoutrups niet meer te bestrijden. Door de stamvoet vrij en onbeschadigd te houden heeft dit diertje minder kans. De eieren worden namelijk afgezet in beschadigde of zwakke bast of een andere stamwond, bijvoorbeeld door maaimachines. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan door objecten tegen de stam te leggen zoals een stapeltje stenen, een dekzeil, bitumen etc.

Hier een (franse) video waarin je de rups goed kunt zien:

Takbreukgevoeligheid

canadapopulier|
Canadese populier

Takbreukgevoeligheid komt voor bij:

  • Oudere Canadese populieren.
  • Volwassen en oudere Grove Den (Pinus Sylvestris)

Hier een interessant artikel over takbreuk bij populieren.

De boomkroon vertoont groeistagnatie en afstervingsverschijnselen.

Mogelijke oorzaken:

De meest voorkomende oorzaak bij groeiproblemen zijn problemen met de standplaats: onvoldoende doorwortelbaar volume, bodemverdichting waardoor bodemgas- en vochtuitwisseling minder goed is. Schrale grond met onvoldoende voedingsstoffen.
Daarnaast is bij Iepen met iepziekte boomkroonsterfte ook een symptoom. Bij de iepziekte begint de sterfte bij enkele taken maar breidt zich dan snel uit naar alle takken en de hele boom.
Essentaksterfte. Ook bij de essentaksterfte onstaan dode takken en sterft de boom tenslotte.
Massaria bij plataan. Tast de boven- en binnenzijde van de kroon aan. Daarna de hele boom.

Oplossing

De verdichting van de bodem opheffen door het pneumatisch injecteren van lucht: het ‘ploffen’. Het toedienen van extra voedingsstoffen via lansinjecties binnen de kroonprojectie van de bomen. Belangrijk is om dit periodiek te herhalen.

Beluchting, voedingspijlers en kroonsnoei

Het AirMax Aeration System van Greenmax
Het AirMax Aeration System van Greenmax. Een voorbeeld van boombeluchting (groene buis).

Voor een goede verhouding tussen het kroon- en wortelvolume dienen de kronen via gerichte snoei te worden ingenomen, met behoud van een vloeiende kroonrand. Door middel van grondboring kunnen gaten tussen de wortels worden gemaakt waarin langzaam oplossende meststoffen kunnen worden gestopt die de boom op langere termijn van voldoende voedingsstoffen voorzien (voedingspijlers).

Boomziektes

Inktvlekkenziekte (Melasmia Acerina)

Komt voor bij de gewone- en noorse esdoorn. Zwarte vlekken op het blad met een diameter van plusminus 1 centimeter. De inktvlekkenziekte veroorzaakt geen schade. De schimmel blijft in de winter aanwezig in het afgevallen blad. Door het afgevallen blad op te ruimen wordt de besmettingsdruk vermindert.

Verwelkingsziekte

Komt voor bij de esdoorn en paardenkastanje. Wordt veroorzaakt door het Verticillium-species, een schimmelsoort. Vaak in natte grond en kunnen verspreid worden door messen en schoeischaren tijdens het snoeien. Dringt via de wortels binnen en verstoort de sapstroom waardoor de boom verwelkt en afsterft. De geïnfecteerde boom moet vernietigd worden en de aarde waarin ze groeien ontsmet met een bodemsterilisator.

Massaria

Schimmelziekte. Komt alleen voor op plataan. De schimmel tast in eerste instantie bastweefsel aan de bovenzijde van de takken aan bij de takaanzet. Aangetaste bast verkleurt vaak lichtroze. Achterliggend hout wordt in een snel tempo naar binnen toe aangetast. Takken sterven af. Gevaar van deze takken is dat ze afbreken of uitscheuren.

De schimmel is een zwakteparasiet die vooral minder goed groeiende takken in het binnenste van de kroon aantast. Met name platanen met slechte groeiomstandigheden zijn erg gevoelig. Doordat vooral de bovenzijde van de bomen wordt aangetast, is Massaria vaak moeilijk waar te nemen.

Door het verwijderen van aangetaste takken kan het risico van breuk of uitscheuren worden verminderd.

Watermerkziekte

Alleen wilgen en dan met name de schietwilg hebben last van watermerkziekte. Deze ziekte wordt
veroorzaakt door de bacterie Erwinia Salicis die door de wind en regen wordt verspreid.

Vaak blijken alle bomen in de directe omgeving van een aangetaste boom besmet te zijn, ook al vertonen ze nog geen symptomen.

Bij geïnfecteerde bomen worden de houtvaten verstopt. Symptomen zijn zichtbaar tijdens het groeiseizoen en bestaan uit verwelking, verdroging en verkleuring van takken verspreid over de kroon. Ziekte treedt pas op als de bomen 10 -12 jaar oud zijn. De infectie leidt uiteindelijk tot afsterven van de boom.

Maatregelen:

  • Zodra uitwendige symptomen van de ziekte worden
    waargenomen, dienen de betreffende bomen
    met spoed te worden omgezaagd.
  • Knotwilgen dienen om de vijf jaar te worden geknot
    of eerder, wanneer er uitwendige symptomen van de
    ziekte optreden.
  • De aanplant van extreem gevoelige klonen dient te
    worden nagelaten.

Roetschorsziekte

Roetschorsziekte bij de esdoorn
Roetschorsziekte bij de esdoorn

Komt voor op esdoorn, meestal op verzwakte bomen en op dode esdoorns. Wordt veroorzaakt door de schimmel Cryptostroma corticale. Een zeer agressieve schimmel  onder de bast en maakt daar een bruinzwarte sporenmassa. Als de bast loslaat komen die in de lucht. De sporen kunnen bij inademing een risico voor de volksgezondheid opleveren. Een aangetaste esdoorn verzwakt en legt het loodje. Gevoelig zijn de Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn), de Acer campestre (veldesdoorn) en de Acer platanoides (Noorse esdoorn). De schimmelsporen kunnen longbeschadiging veroorzaken. Meer specifiek bestaat de kans op het ontwikkelen van de longaandoening Extrinsieke Allergische Alveolitis (EAA).Het is daarom van belang om bij het verwerken van aangetast hout een mondkapje te gebruiken. Aangetast brandhout moet worden afgevoerd of buiten worden verbrand en niet in huis worden gehaald.

Constatering van roetschorsziekte zal leiden tot het kappen van de betreffende boom en inspectie van overige bomen in de omgeving.

Essentaksterfte


De essentaksterfte wordt veroorzaakt door de schimmel “vals essenvlieskelkje”. Veel jonge essen sterven als gevolg van de essentaksterfte. Oudere bomen blijven wel leven maar produceren veel dode takken en scheuten. In feite treedt er een herfstsituatie op, maar dan het hele jaar door. Dit zal ervoor zorgen dat er geen nieuwe aanwas komt en de boom steeds verder zal verwelken.

Kastanjebloedingsziekte

De kastanjebloedingsziekte treedt op in de vorm van bruine en zwarte vlekken op de stam. Na verloop van tijd zullen deze vlekken zich over de gehele boom verspreiden. Deze vlekken zullen andere ziekmakers zoals honingzwam en oesterzwam aantrekken. Deze zwammen zullen de boom nog meer aantasten en uiteindelijk levensbedreigend ziek maken.

Bladluis

Bladluis is een hardnekkige plaag die ontstaat door de aanwezigheid van honingdauw. Honingdauw is een kleverig goedje die de zogenaamde roetdauw schimmel aantrekt. Door deze schimmel kan de boom nauwelijks verder groeien. Ook andere bewoners van de boom zoals bijvoorbeeld lieveheersbeestjes zullen lijden onder de bladluis.

Iepziekte

De iepziekte is een schimmelziekte van de schimmels Ophiostoma ulmi(syn. Ceratocystis ulmi) en Ophiostoma novo-ulmi.
Het gevolg is verwelking van takken en sterfte van de boom in zijn geheel.

De ziekte wordt verspreid door wortelcontact of de grote en de kleine iepenspintkever. In zieke bomen, zogenaamde broedbomen, leggen deze kevers hun eieren onder de bast in een gang.

Om de iepziekte te bestrijden worden aangetaste bomen gekapt, geschild en de restanten verbrand. Ook enting met een verticilliumschimmel wordt toegepast. Een dure methode die daarom alleen bij monumentale bomen wordt toegepast. Sommige iepsoorten zijn meer resistent en worden daarom voor nieuwe aanplant gebruikt.

De iepenspintkever
De iepenspintkever

Uit zaad gekweekte bomen hebben een grotere genetische variatie dan bij het gebruikelijke klonen, dit vergroot de kans dat bepaalde exemplaren resistenter zijn. Hierdoor zou de iepziekte ook wel als een door de mens veroorzaakte ziekte kunnen worden aangeduid.

De moedergang en vandaaruit de larvengangen.
De moedergang en vandaaruit de larvengangen.
De iepenspintkever.
De iepenspintkever.

Gevaarlijke bomen

Het is soms lastig om te beoordelen of een boom een gevaar oplevert voor de omgeving. Zo is het vanaf de grond vaak moeilijk te zien of er boven in de boom problemen zijn, zoals grote dode takken, rotte plaatsen, parasitaire schimmels, zwakke takaanhechtingen etc.

Daarom hieronder een aantal zaken waarop u kunt letten om te beoordelen of een boom gevaar vormt.

Rotte boomwortels

Boomproblemen rotte boomwortels
Rotte boomwortels. Donkere verkleuring

Rotte boomwortels zijn vaak te herkennen aan een donkere verkleuring. Rotte boomwortels kunnen een boom zodanig onstabiel maken dat de boom elk moment kan omvallen. Deze situatie is levensgevaarlijk en directe actie is nodig.

Scheuren in de grond

Scheuren in de grond vanaf de boom kunnen duiden op een instabiele boom. Doordat de wortels bewegen ontstaan de scheuren in de bodem. Acie: raadpleeg deskundige.

Losse schors

Boomprobleem advies ivm houtrot
Scheuren in de schors en loslaten van schors duidt op houtrot. Omdat de rotting al lang aan de gang kan zijn is directe actie vereist.

Losse schors is rot hout. De ernst ervan maakt maatregelen eventueel noodzakelijk. Professionele beoordeling is daarvoor nodig.

Schimmelinfectie bij de beuk

Boomprobleem rotting in stam

De laatste jaren worden bij veel beuken zwarte plekken op de stam waargenomen. Het gaat om de schimmelaantasting Phytophthora syringae. Opvallend is dat de plekken zich wel uitbreiden, maar waar bij Phytophtora ramorum (op eik en rododendron) binnen 3-6 maanden een algehele afsterving plaats kan vinden, lopen aangetaste beuken in het voorjaar weer uit. De vitaliteit wordt wel minder.

Dode takken in de kruin

Zijn er veel dode taken aan de uiteinden van de kroon? Dan duidt dat op een groeiprobleem, of, zoals bij de es, op essentaksterfte. Vaak is dit een voedings- en/of zuurstofprobleem bij de wortels. De oorzaak kan een slecht bodemgestel zijn of een gevolg van te veel inkorten van de takken of top van de boom waardoor wortelsterfte optreed. Indien de stam van de boom verder geen zwammen, rotte gedeeltes of onnatuurlijke kleuren toont, is er niet direct gevaar, maar moeten er maatregelen worden getroffen om de boom niet te laten sterven door bijvoorbeeld de grond te beluchten of te bemesten.

Dode takken

Eikenboom met dode tak
Levensgevaarlijk. Een grotere dode tak.

Dode takken kunnen elk moment vallen. Bij grotere dode takken bestaat levensgevaar. Bij waarneming van grotere dode takken in een boom is directe actie noodzakelijk.

Rotte gedeeltes

Boom probleem aangetaste berkenboom
Een gevaarlijke situatie. Deze boom kan omvallen door windworp.

Als er grotere of langgerekte rotte gedeeltes in de boomstam zijn waar te nemen moet er is nader onderzoek gewenst. De boom kan eventueel omvallen, afhankelijk van de ernst van de aantasting. De foto hierboven is bijvoorbeeld ernstig. Deze rotting was van wortel tot in de top. De stam van deze boom kon elk moment barsten door tordatie (draaiing van de stam door wind) of algehele verzwakking en omvallen. U kunt zich tegen deze situaties niet verzekeren omdat, als u deze situatie laat bestaan, u nalatig bent met uw zorgplicht. Deze situatie is mogelijk levensbedreigend. Actie ondernemen is noodzakelijk. Wacht nooit bij het constateren van boomverzwakking of afwijkingen met het inwinnen van deskundig advies. Voordat het te laat is.

Slechte takaanhechtingen

Een zwakke (verrotte) splitsing in een boom is een zeer gevaarlijke situatie. De splitsing kan namelijk elk moment breken. Directe actie is noodzakelijk.

De Prunus plaag (Amerikaanse vogelkers)

De Prunus Serotina is een plant die zich bijzonder snel voortplant. Daarom wordt deze plant ook wel ‘Bospest’ genoemd. De Prunus bloeit met mooie witte bloemen waaruit zwarte bessen ontstaan. De pitten van deze bessen worden snel verspreid door vogels die deze bessen opeten. Door het snelle voortplanten en de snelle verspreiding van de Prunus, is de Prunus ongewenste vegetatie in bossen en heidevelden. Als de Prunus niet bestreden wordt,  staat op korte termijn het bos en de heide vol met deze plant en delft andere vegetatie het onderspit. Vandaar dat de Prunus als plaag word gezien en bestreden dient te worden.

Meer informatie

http://beterebomen.nl/

http://www.bomenbieb.nl/boomziekten/